geslachtsonderscheid sociale eigenschappen geschikte behuizing
omgevingstemperatuur voedsel kweek activiteiten terug
![]()
Dit is de Purperglansspreeuw (lamprotornis purpureus)

Grootte ongeveer 23 tot 25 centimeter.
De kleur is bij beide geslachten gelijk.
De vrouwtjes zijn doorgaans wat kleiner dan de mannetjes. (terug)
Purperglansspreeuwen munten niet uit in vreedzaam gedrag.
Ze kunnen behoorlijk vervelend doen tegen kleinere vogels,
zeker tijdens de kweek periode.
Hebt u de beschikking over een flinke buitenvoličre, dan kunnen ze
evenwel samen gehouden worden met andere weerbare en
minstens even grote vogelsoorten. (terug)
Deze vogels komen het beste tot hun recht in een flinke, overkapte
buiten voličre met ruim voldoende beplanting.
Hiervoor komen naast groenblijvers vooral bloeiende struiken in aanmerking.
Deze trekken insecten aan die door de vogels graag worden gegeten. (terug)
Purperglansspreeuwen zijn vrij sterke vogels.
Een goed geďsoleerd nachtverblijf is echter wel een vereiste
tijdens de wintermaanden. (terug)
U geeft deze vogels als basis voer een goed merk universeel voer en
insectenpaté, die u aanvult met wat fruit, besjes en rozijnen en
dagelijks een portie levende insecten. (terug)
Dit zijn bewegelijke, brutale en nieuwsgierige vogels.
Ze nemen graag een waterbad en hiervoor moet ze dan ook de
gelegenheid worden geboden.
Ze bewegen zich door alle lagen van de voličre, maar zijn veel op de bodem
te vinden, waar ze een deel van hun voedsel bij elkaar scharrelen. (terug)
Een geschikt nestblok heeft een diameter van minstens 25 centimeter
bij een hoogte van 40 centimeter.
Voor het invlieggat is een diameter van 6 tot 7 centimeter geschikt.
Het nestblok wordt aan de binnenkant door de vogels aangekleed
met allerhande takjes en blaadjes.
U kunt ongeveer 3 tot 4 eitjes verwachten.
Deze hebben een lichte blauwgroene kleur en donkere spikkeltjes.
Ze worden uitsluitend door het vrouwtje bebroed.
Het mannetje blijft dicht in de buurt om het nest te bewaken.
Na ongeveer 14 dagen komen de eitjes uit.
De jonge spreeuwen worden door beide ouders vrijwel uitsluitend
met levend voer grootgebracht, zoals meelwormen, krekels, moriowormen en sprinkhanen.
Daarnaast krijgen ze ook wel wat groenvoer te eten.
Als ze ongeveer drie weken oud zijn, vliegen de jongen uit.
Ze worden dan nog een poosje gevoerd en begeleid door de ouders,
totdat ze geheel zelfstandig zijn. (terug)